Toen ik nog op school zat, had ik twee scheikunde-laboratoria ter beschikking. Eéntje thuis met de oude scheikunde-spullen van mijn ouders, ééntje samen met een vriend (die twee klassen hoger zat) bij hem thuis in zijn slaapkamer, vol met zelf verzamelde stoffen en glaswerk. Bij mij thuis was kennis ten overvloede, want mijn ouders waren beiden scheikundigen. Voordeel: Een grote bron van scheikundekennis. Nadeel: Ik kon geen gevaarlijke dingen doen... Voor de ouders van mijn vriend echter was scheikunde abracadabra, wat ons de vrijheid gaf om de meest gevaarlijke proeven te doen onder het mom van "nee hoor, deze proef is helemaal niet gevaarlijk"...
En zo maakten we vuurpijlen, rookgordijnen en grote explosies, tot ergernis van de buren, die, als ze mij weer zagen aankomen, alvast de ramen en deuren sloten...
Dat ik mijn oren en ogen nog heb, is te danken aan een hele schare engeltjes!
Ons meest inspirerende boek (klik op het plaatje voor een vergroting):