www.koenbeurskens.nl

Homograaf: Beestachtige werkwoorden

Een vriend van mij kwam eens met enkele woorden die zowel namen van diersoorten als werkwoorden zijn. Denk bijvoorbeeld aan ijsberen en spinnen. Verboden te varken!

Bij een goed glas wijn maakten we de lijst langer en langer. We noemde dit soort woorden "beestachtige werkwoorden". Later vonden we een redelijk passend begrip op Wikipedia: homograaf. Maar omdat dat veel algemener is dan de combinatie van een diersoort en een werkwoord, is "faunagraaf" misschien een beter woord!

Een spin sprak buiten zinnen:
"Kun jij dat niet bevatten?
Als katten mogen spinnen,
dan mogen spinnen katten."

De krabben lopen rond bij eb,
de spinnen weven vaak een web.
De krab aan zee, de spin in 't groen
en beiden ZIJN wat katten DOEN.

- Martijn Breeman

Als je aanvullingen hebt, zijn die van harte welkom. Zie daarvoor mijn contactgegevens.

Hieronder de lijst "beestachtige werkwoorden". De dierlijke en werkwoordelijke betekenissen moge beide duidelijk zijn, maar zo niet, dan zoek zelf maar op! 😉

Met dank aan Eelco van Norren en alle anderen wiens naam er tussen haakjes bij staat.

  1. beesten
  2. beren
  3. biggen
  4. bokken
  5. buffelen (Hans van Scheerdijk)
  6. dazen
  7. ezelen
  8. fretten
  9. geiten
  10. gieren
  11. hamsteren
  12. hengsten
  13. hoppen (Taalhelden)
  14. ijsberen
  15. kalveren
  16. katten
  17. kauwen
  18. kikkeren
  19. kippen (John van Leeuwen)
  20. kitten (Maaike van Utrecht)
  21. kraaien
  22. krabben
  23. kwakken
  24. kwallen
  25. lammeren
  26. luizen
  27. mieren
  28. mollen
  29. monsteren
  30. motten (Taalhelden)
  31. muizen
  32. neten (Femke Smit)
  33. otteren (Johan Timmer)
  34. papagaaien
  35. pieren
  36. pinken
  37. poedelen (Doreen Bor-Stek)
  38. prikken (Johan Timmer)
  39. rammen
  40. ratten
  41. rossen (Thomas Olsthoorn)
  42. seizen
  43. slakken
  44. snoeken (Rieks op den Akker)
  45. snorren
  46. spinnen
  47. stieren
  48. tijgeren
  49. tongen
  50. tortelen
  51. torren (John van Leeuwen)
  52. uilen
  53. vinken
  54. vissen
  55. vliegen
  56. vlinderen
  57. vlooien
  58. vogelen
  59. vossen
  60. wormen / wurmen
  61. zeeleeuwen (Sandra Geerling)
  62. zweefvliegen
  63. zwijnen
En dubieuzer (om wisselende redenen):
  1. azen (Isabelle Cauwels)
  2. bargje (Fries voor knoeien, letterlijk 'varkenen', Martsje de Jong)
  3. beare (Fries: overdrijven, Ilonka Wiersma)
  4. geschapen (voltooid deelwoord, )
  5. koeieneren (Ingrid Koote Arnout)
  6. maaien (Judith Richter)
  7. paarden (verleden tijd, Onze Taal)
  8. pauweren (Leander Verbeeck)
  9. poezelen (Marijn Tibboel)
  10. reeën (verleden tijd, spreektaal, )
  11. struisvogelen (E.W. Strawchurch)
  12. tekkelen
www.koenbeurskens.nl